Liduina Basiliek
Altaar Liduina Basiliek Schiedam
Kerkmis Basiliek Schiedam

Geschiedenis

Meerstemmig en Gregoriaans

“Meer dan een eeuw traditionele kerkzang in de St. Liduina Basiliek in Schiedam”

Er waren, en er zijn, honderden kerkkoren in ons land. Maar daaronder heel weinig, die zo lang en door alle stormen heen de traditie hebben voortgezet van een parochieel mannenkoor, dat zowel de klassieke gregoriaanse kerkmuziek zingt als de meerstemmige uit de laatste 5 eeuwen.

Het begin was gewoon: nog voor de bouw van de “bijkerk”aan de Singel (toen nog hulpje van de echte parochiekerk aan de Lange Haven) werd al in 1879 gewerkt aan de oprichting van een koor. Formeel werd dat opgericht op 16 februari 1880. En vanaf het begin lag de nadruk op gregoriaans – de aloude zang van de katholieke kerk – en op polyfone koorzang. Waarbij door de tijd heen met een zeker ritme de nadruk nu eens op de ene dan weer op de andere zangvorm lag. Zoals de moeder, de Havenkerk, werd zij bediend door paters Dominicanen. In 1896 werd de Singelkerk een zelfstandige parochie, toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans.

12 mei 1881
Plechtige consecratie van de Singelkerk: “Het zangkoor voerde onder leiding van den Heer de Vliegh zeer verdienstelijk een Gregoriaansche Mis uit, met een driestemmig kerkelijk gesteld Credo”.

Jongens, meisjes, vrouwen
Vrijwel vanaf het begin had In Honorem Dei (“ter ere Gods”), zoals het koor al gauw heette ondersteuning van een ander parochiëel koor om ook composities te kunnen zingen met de hogere geluiden van sopraan en alt. Meer dan een halve eeuw was dat een jongenskoor onder leiding van broeders. Die hadden immers jongensscholen in de stad en konden zo goed recruteren. Toen de broeders, en dus de jongens opraakten, was er eerst een meisjeskoor en daarna, nu al vele jaren, het vrouwenkoor Jubilatio.

Vergadering 18 februari 1884
“de Heer Honnerlage betoogt hierna de wenselijkheid van het bezit van jongensstemmen voor het koorgezelschap? den eerwaarde Broeders eene opgave te verzoeken van jongens?

Vergadering 5 october 1886
Het bestuur van het koorgezelschap”In Honorem Dei”heeft de eer U kennis te geven, dat bij de bestaande Jongens-zangschool een nieuwe cursus zal worden geopend, aan te vangen den derden November aanstaande. Mocht U verlangen een Uwer zoons van circa 8 tot 12 jaar daarop ter opleiding geplaatst te zien?.

Het Orgel
Dank zij de edelmoedige gift van liefst ? 5000,– van de bejaarde boer Jan van de Burg (hij schonk ook de toren: zie de marmeren gedenktafel in het portiek) kreeg de Singelkerk direct een pneumatisch-elektrische kerkorgel. In die tijd een staaltje van voortschrijdende techniek. Dat orgel is nu, na zeer grondige restauratie door het gespecialiseerde bedrijf Adama – Schreurs, een zeldzaamheid in het vaderlandse orgelbestand. De techniek ging in het begin nog niet zover, dat een orgeltrapper gemist kon worden! Die was nodig om de balg van de nodige lucht te voorzien. Weldoener van de Burg overleed in 1897, gezien zijn leeftijd op de gedenktafel, 90 jaar in 1879, stokoud. Maar de annalen zeggen: “te vroeg ontslapen”!?

Het repertoire
Natuurlijk was en is ook de meerstemmige koormuziek aan mode onderhevig. Sommige destijds populaire componisten staan nu niet meer op het programma, maar de besten, de klassieken, komen steeds weer terug. Opvallend is, dat het koor nogal eens eigen composities uitvoerde, meest van de eigen dirigent. Een overzicht van de uitgevoerde missen in 1951/’52:
Strategier, Giessen,Bartholomeus, Jeanne d’Arc, Refice, Zweitser, Gretchaninof, Gruber,
Trinitatis, Ebner, v.d. Sluis, Heijdt, Perosi, Nieland, Loots, en Goller

Honnerlage Grete
bestuurslid, directeur en zelfs componist. Van hem is een Tantum Ergo (sacramentslied) bekend. In 1910 werd hij Burgemeester van Schiedam. Terecht is hij bij de leden van zijn koor meer geëerd dan als leverancier van een straatnaam. Bij het gouden jubileum in 1930 vermeldde de Nieuwe Schiedamsche Courant, dat zijn Tantum Ergo weer werd uitgevoerd in zijn aanwezigheid. Tijdens de receptie sprak o.a. “Oud-burgemeester Honnerlage Grete, die in een ontroerende toespraak getuigde van zijn indrukken toen hij zijn kleine compositie hoorde uitvoeren?? De oud-burgemeester die sinds jaren in Princenhage zijn otium cum dignitate (rust in waardigheid) doorbrengt “maakte een krassen indruk”. Dat kan wel kloppen: hij is meer dan 100 jaar geworden, deze oprichter!

De koorzolder ofwel het oksaal
Gezien de bescheiden omvang van het oksaal zal het koor op z’n hoogst tussen de 30 en 40 leden hebben geteld. Als daar vroeger nog een jongenskoor bij moest, zal het dringen geweest zijn. Nu orgel en koorzolder weer in oude glorie hersteld zijn en op hoogtijdagen Jubilatio onze gelederen versterkt zal het weer passen en meten worden.

De koorleden
Vroeger was er volgens de oude verslagen een strenge selectie. Je moest een goede stem hebben, flink geoefend hebben, steeds present zijn en op tijd (er was een straf boetestelsel voor afwezig zijn en ook voor te laat komen: halve boete!). En je moest van onberispelijk zedelijk gedrag zijn. Naar verluid waren het ook veelal mannen van stand, middenstanders (o.a. slagers) en distillateurs. Schiedam was destijds wel voor 40% katholiek, maar ook die waren in meerderheid arme loontrekkers. Als die al lid waren, zullen ze wel trouw gekomen zijn: ze konden de boetes niet eens betalen! Hoge ambtenaren en intellectuelen waren destijds nauwelijks “rooms”. Vandaar dat figuren als Honnerlage Grete en b.v. Dr. Nolet (ziekenhuis) binnen het wereldje zo’n prestige hadden. Toen Honnerlage burgemeester werd kreeg hij in de Singelkerk een eigen ereplaats, helemaal vooraan. De kerkmeesters moesten allemaal een plaatsje opschuiven!

Vergadering 8 maart 1888
De boeten worden verlaagd: “voor absent met 5 cts in plaats van 10 cts en voor te laat met 2+ cts in plaats van 5 cts”. Soms vergelijkt een bijzonder vroom zanger zijn geluid met dat der engelen, maar in 1920 dondert de pastoor tijdens de preek: “als de duivel in de kerk komt, zit hij ’t eerste op het koor”. Nu ja, in 1904 klagen de annalen, dat aan een koorlid moest worden verzocht: “ongepaste aardigheden achterwege laten, zoals snippers papier, eindjes lucifers en dito sigaren in de zakken der leden te stoppen?.” En over het “luide”praten van de zangers tijdens de dienst klaagt elke zich respecterende pastoor minstens eens per jaar. Ook dat is nog niet veranderd. De leeftijd van de mannen zal in die tijd veel jonger geweest zijn. Je schoof b.v. vanuit het jongenskoor door naar IHD en zong in bijzondere gevallen veertig, vijftig jaren. In ons midden hebben we nog een paar van deze dapperen. Meer nog dan hun stemmen, profiteren wij van hun enorme kennis van het gregoriaans en van hun vermogen om tientallen meerstemmige missen en motetten te kunnen zingen. Zij kunnen zonder veel moeite het notenschrift, ook het gregoriaanse schrift, lezen en voelen als het ware de compositie aan. Zo zijn zij de voortrekkers van de nieuwelingen, die aanvankelijk kunnen leunen op de “harde kern”. Maar de annalen leren ook, dat veel zangers slechts een paar jaar lid bleven. Gingen ze elders zingen? Was er onenigheid geweest? Had moeder bezwaar tegen vaders’ vele afwezigheid? Vaak zal sprake geweest zijn van verhuizing naar de nieuwe parochies in de Gorzen, Nieuwland of Schiedam-Noord.

De motivatie
De oude verslagen en de ervaring van vandaag leren, dat de motieven van vrijwel alle koorleden bestaan uit een mengeling van godsdienstigheid en van genoegen in het zingen van mooie liederen. Kennis van het latijn, om precies te weten wat men zingt, was en is meestal niet aanwezig, maar de intentie van het lied is wel degelijk bekend: een motet over het lijden van Christus wordt niet gezongen op een Mariafeest. Soms – te zelden – wordt een Nederlandse vertaling gegeven. Dat helpt om accenten in de muziek beter te begrijpen. Daarnaast is zeker dit koor een vriendenclub: mannen onder elkaar! Begrijpelijkerwijs zijn bijna alle leden katholiek, maar niet allemaal! Maar ondanks de ook in IHD niet ontbrekende verschillen in accenten en zwaartepunten in het geloof, lijkt het niet wel mogelijk om deze koorzang voor de liturgie te oefenen en uit te voeren zonder verbondenheid met het christelijk geloof.

Stormen
Koorleden zijn ook mensen en de oude verslagen gewagen van menige storm. Wie mocht (of moest!) voorzingen? Pruimde men de organist, de dirigent, de pastoor? Katholieken heten wel heel hiërarchisch en gezagsgetrouw te zijn, maar ook toen slikte de zanger wel veel, maar niet alles. In de periode na de tweede wereldoorlog werden de meeste crises veroorzaakt door de tegenstelling volkszang tegen koorzang. De liturgische beweging streefde toen al naar een grot(er)e deelname van het kerkvolk aan de diensten. Dus geen privé-gemurmel of rozenhoedjes bidden tijdens de diensten, maar meezingen, mee-reciteren, meeleven met het gebeuren op het altaar. In die opzet was minder plaats voor meerstemmige mannenkoren, die – volgens hun critici – toch alleen maar zongen voor eigen glorie. Bovendien maakten ze de diensten , ook naar de mening van de priesters – te langdurig en langdradig voor een steeds gehaaste kerkvolk door al die lange uithalen en herhalingen. Een kerk was toch geen concertzaal?!

De “Tien geboden”van pastoor Oorsprong
In 1946 kondigen de de “Tien geboden” van pastoor Oorsprong de naderende strijd aan. Zijn eerste gebod: “des Zondag zal, behoudens nader te bepalen uitzonderingen, voor de Hoogmis geen “Veni Creator” worden gezongen. Ook “Ave Maria’s”en dergelijke aria’s voor, onder of na de Mis worden afgeschaft”. Zijn tweede gebod: “Het Credo zal voortaan door het volk worden gezongen. Alleen met Kerstmis is het meerstemmig Credo toegestaan”. Zijn achtste gebod: “Het solistendom zal zoveel mogelijk worden beperkt”. Zijn tiende: “Is den Pastoor over de gang van zaken tevreden, dan zal dit te zijner tijd worden uitgedrukt door een financiële bijdrage ten bate van potverterende in Honorem Dei’ers”. Dat van die Credo’s is te begrijpen, maar wat is het jammer, dat door die stroomleiding veel prachtig koorwerk nooit meer te horen is. En pastoor Oorsprong had in 2000 de leden niet meer zo kunnen aanspreken en omkopen!

Nederlands
De grote liturgische vernieuwing onder paus Johannes XXIII verhaastte het proces. Voortaan zou de volkstaal het onbegrijpelijke Latijn goeddeels vervangen en in eigentijdse teksten en liederen zou het heilige gebeuren dicht bij de mens gebracht worden. In hoog tempo werd de meerstemmigheid teruggedrongen of verboden. Veel mannenkoren verdwenen, vurige liefhebbers konden soms nog vluchten naar een naburige kerk, die wat trager op de nieuwe kerkmode reageerde. In hun plaats kwamen jongerenkoren met negrospirituals, zoemkoortjes en zo. Engels in plaats van Latijn. En de liederen van Huub Oosterhuis in mooi hedendaags Nederlands (in het westen van ons land naar het plaatselijke dialect “hollandse” liedjes genoemd).

Crisis in de kerk
De liturgische vernieuwing bleek niet in staat een ongekende leegloop uit de kerken te stuiten. In Schiedam sneuvelden in de zestiger jaren de vroegere moederkerk, de St. Jan de Doper ofwel de Havenkerk genoemd, en de St. Liduina -kerk aan de Nieuwe Haven, beide binnenstadskerken. En met die kerken hun koren. In 1967 verlieten de Dominicanen Schiedam en dus de Singelkerk. Ook In Honorem Dei leed in die jaren onder de ongunst van de tijd, maar hield stand, soms onder harde strijd met de kapelaan, die in 1969 op drie missen in het Nederlands slechts één Latijnse mis duldde. Maar even daarna keerde het tij: latijn en meerstemmig mocht weer! Maar niet nadat het koor als geheel gedreigd had op te stappen, als volkszang zo dominant zou worden! Wel had de strijd ongunstig uitgewerkt op het aantal en de moreel van de zangers. Als in de jaren zeventig een veel eisende meerstemmige mis werd uitgevoerd, moest een beroep gedaan worden op de verweesde zangers van de opgeheven binnenstadsparochies. En dan kon men weer met 30 – 40 man partij geven. Maar echt lid worden van IHD, dat deden die gastzangers niet!

Herstel
Lang niet alle gelovigen hadden elke liturgische vernieuwing als een verbetering beleefd. Sommigen vonden het “moderne” te koud en te lelijk. Ze misten de mystiek van het latijn, het serene gregoriaans en de meeslepende luister van een meerstemmige mis van componisten als Mozart, Haydn, Gounod, en Perosi. In 1979 verlieten 12 zangers van de St. Nicolaaskerk in Rotterdam, die op volkszang overging, hun parochie en vonden aansluiting bij het wat ineengeschrompeld IHD, zodat het door de versterking met het eeuwfeest in februari 1980 een mis van Haydn konden zingen. Achteraf gezien heeft die infusie ons koor gered. Eens in de tien jaar stormt het nog wel eens, als iemand op de onzalige gedachte komt Jubilatio en In Honorem Dei te laten fuseren. Maar na enige heftige schermutselingen, “een dode en een paar gewonden”, blijft IHD wat het was, trouw aan zijn traditie van meer dan 120 jaar.

In Honorem Dei in 2016
Ons mannenkoor telt momenteel een kleine 20 leden, in leeftijd redelijk gespreid tussen 55 en 80 jaar. Er wordt flink gerepeteerd: elke dinsdag van 20.45 tot 22.15 en elke zondag voor de dienst. Onder leiding van een bevlogen en kundige dirigent is het enthousiasme groot en zou een boeteregeling als vroeger weinig opleveren! De Singelkerk is door de paus verheven tot basiliek (1990). Ze draagt tegenwoordig met trots de naam van de eigen Schiedamse heilige Liduina als patrones. Toen de kerk in de tachtiger jaren door verzakking dreigde te vervallen tot een ruïne is zij in een ideale samenwerking van rijk, gemeente, bisdom en parochie in vier jaren schitterend gerestaureerd. Waarbij een gelukkige omstandigheid wilde, dat de gemeente Schiedam haar een centrale plaats gaf bij de creatie van een nieuw stadshart. De parochie beschikte over een zeer actieve parochieherder met dito kerkbestuur, die het moment van genade niet voorbij lieten gaan. Zo kunnen wij, soms versterkt of afgewisseld door Jubilatio de Heer lof zingen in redelijk bezette diensten. Waardoor wij soms geloven, dat onze zang bijdraagt aan die belangstelling! Ter ere Gods!

De letterlijke citaten uit oude verslagen en andere archivalia zijn ontleend aan: IN HONOREM DEI, 100-jaren, een grondige studie van Frans Rosier, oud-lid en naast zijn HTS-opleiding een historicus bij de gratie Gods. Met enige moeite zijn nog exemplaren te verkrijgen.